Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Molenaars nabij de haven van Bergen op Zoom (3)

Molenaars nabij de haven van Bergen op Zoom (3)

Willem Kruf

24 april 2025

Bijgewerkt op 28 april 2025

Volgens stukken in het WBA levert Johannes van Arkel Koudsijn, van beroep olieslager, patentolie, aangenomen voor de prijs zoals de olie genoteerd zal staan op de laatste marktbrief voor de dag der leverantie.

Terug naar de water- en oliemolen en later ook wind- en schorsmolen aan de Zuidzijde haven

Deze leveringen komen voor op 15 september 1937, 4 september 1838 en 7 september 1840. De watermolen krijgt de nodige aandacht van verschillende geschiedschrijvers. De geschiedenis van de molen in dit verhaal blijft beperkt tot de windmolen. Volgens artikel 850 in het kadaster is er sprake van een watergraanmolen en oliemolen. Na de splitsing in eigendommen in november 1840 speelt in de zomer van 1841 een verzoek van Jacobus Koudsijn om een wind- en schorsmolen in, op de watermolen te  mogen inrichten. Afdoening van het verzoek duurt een jaar.

De buren, twee zoutzieders en een voerman, verzetten zich tegen de bouw van een windmolen wegens vermindering waarde van hun eigendommen, geen windmolens in bebouwde kom en brandgevaar van een schorsmolen. Bezwaarmakers hebben echter door verkregen veiligheidsmaatregelen hun bezwaren ingetrokken. Andere redenen voor intrekken zijn: zorg voor een goede voedselvoorziening voor de burgers en een tekort aan lokale schors. Op 15 februari 1842 wordt ingestemd met het vestigen van een schorsmolen door het plaatsen van een schoorsteen op de watermolen. Ook de directeur van de fortificatie stemt er mee in op 28 mei 1842. Overigens blijkt uit een der stukken in het dossier dat er een kruitmagazijntje in de buurt ligt.  De vergunning, toestemming wordt verleend op 4 juli 1842.

Omtrent de windmolen komt in het eerdere advies van de stadsarchitect en de directeur der belastingen van 9 september 1841 naar voren de opbouw van de windmolen. In het advies krijgt ook nog aandacht de watervoorziening van de watermolen. Omtrent de windmolen schrijft de stadsarchitect: “windmolen, een op zich zelven uit den grond op acht stijlen door de zolderingen der watermolen heengaan, en door middel van een doorgaande koning de raden in werking komen….” De architect besluit met “en dus op die wijzen zijn bedenkens het zelve alzoo geen gevaar of schade aan iemand kan toebrengen.”

Advies stadsarchitect

De oud-voorzitter Ton Meesters van de Vereniging tot Behoud van West Brabantse Molens is nieuwsgierig naar het type molen op het gebouw. Op de molendatabase staat een gebouw met een ijzeren water- tevens windmolen, genaamd de Molen van Kraamwinkel te Utrecht. Die molen is gebouwd in 1844. Mijn veronderstelling dat de lokale watermolen ook een dergelijke molen kent, krijgt geen bijval van molenkenner Ton. Omdat de stadsarchitect het in zijn onderzoekrapportage heeft over “uit den grond op acht stijlen door de zolderingen der Watermolen heengaan”, denkt hij, zo schrijft hij in een mail, “acht stijlen duiden meer op een Nederlands houten molentype. Dus meer een kleine traditionele achtkantige windmolen. De molen in Utrecht zal ongetwijfeld van Engelse origine zijn.”

In een andere mail “Acht stijlen die helemaal naar de begane grond lopen duiden m.i. wel op een achtkante houten molen, waarom zou je anders acht stijlen nodig hebben. Die stijlen moeten dan ook nog eens door alle zolders. Ik neem aan dat (vorige) eigenaar, restaurateur Hans Smeenk nooit gaten heeft gezien voor die stijlen. Verder lijkt het me wel een stevige molen geweest te zijn. Waarom anders zover verankerd. Tenslotte, de passage maakt ook duidelijk dat de windmolen het gaande werk van de watermolen kon aandrijven. Hiermee kon de molen zowel op de wind gaan als op water. Het is daarmee een zeldzame watervluchtmolen geweest. Die waren op twee handen te tellen in Nederland.”

Ook restauratie-architect Jan Weyts heeft het op zijn website Weiyts Architecten over een zeer bijzondere molen. Rond de bouwkundige kant wordt aan de website van Jan Weyts het volgende ontleend: “Op een tekening uit 1861 is te zien, dat het maalgebouw een schilddak gekregen heeft maar het woonhuis nog zijn trapgevel heeft.” Ook schrijft Jan Weyts een uitvoerig artikel over de watermolen in De Waterschans van 1 maart 2011 met een afbeelding van de getijden- en windmolen te Duinkerke in 1792. Misschien ziet er het geheel, zij het dan op een stenen gebouw en mogelijk groter, uit als De Huisman te Zaandam, die staat op de website van de Hollandsche molen.

Op 29 augustus 1846 levert olieslager Jacobus nog steeds patentolie in vaten, in dit geval ter verlichting van de stadsstraten, gebouwen, etc. in Bergen op Zoom.

Op 20 juni 1861 verhuren de erven van Jacobus Koudsijn, die op 7 juni 1855 is overleden, de inmiddels Water en Wind-. Koren-, Schors-en Oliemolen aan Adrianus Philippus van Arkel Koudsijn, geboren te Bergen op Zoom op 18 november 1815. Overigens artikel 299 betreffende Koudsijn in het kadaster vermeldt ongewijzigd watergraan- en oliemolen.

Huurcontract

In het huurcontract is opvallend deze passage over het “naar eigen goedvinden gebruiken van olie-, schors- en pelmolen.” Dan is er aldus het Nieuws- en advertentieblad van Bergen op Zoom van april 1862 een openbare verkoping op 28 april en 12 mei 1862 van de van ouds gerenomeerde water-, koren-, schors- en oliemolen met een daarop staande windmolen, met dezelver gaande en staande werk.

Openbare verkooping
De koper is grutter en winkelier Adrianus Vergroesen.

In het boek Bergen op stoom gaat Toon Franken in het hoofdstuk Meel en bloem in op de gevolgen van de aankoop. Hij verwijst naar een bericht in het Advertentieblad voor Bergen op Zoom en omstreken van 11 oktober 1863. In dat bericht wordt vermeld, dat korenmolenaar Adrianus Vergroesen verzoekt om vergunning een bloemmolen in zijn watermolen te mogen inrichten.  De industrialisering van Bergen op Zoom krijgt ook aandacht in de Nieuwe Rotterdamsche courant: staats-, handels-, nieuws- en advertentieblad van 25 december 1863.

Advertentie

Het kadastrale artikel 1309 op naam van Vergroesen heeft het eerst over een water- en oliemolen waarvan in 1863 sprake is van verandering en bestemming. Is de windkorenmolen dan verdwenen? Architect Jan Weyts gaat hiervan uit in zijn artikelen. Verderop vermeld het artikel 1309.

Kadastraal artikel 1309
In de aansluitende regelvermelding gaat de oppervlakte van 1.97 naar 5.50.

Jan Weyts vermeldt in meer bedoeld artikel in De Waterschans dat op 15 juli 1862 Vergroezen het gemeentebestuur laat weten dat de schors- en oliemolen zijn stilgelegd. Jan neemt aan dat toen ook de windmolen is weggebroken. Jan Weyts schrijft in zijn artikel ook als voetnoot 89 dat volgens mededeling van Gijs Asselbergs in het Provinciaal verslag van 1866 geen stoommachine in de watermolen voorkomt en in het verslag van 1872 wel. Een stoommachine komt terug in een notariële akte van 18 oktober 1870 waarin melding wordt gemaakt van alleen “een water-  en stoommolen”.  In ieder geval is molenaar Adrianus Philippus Koudsijn zeven jaar eerder verdwenen en wel op 6 mei 1863. Hij vertrekt naar Standdaarbuiten.

Lees hier verder in deel 4.

Ga terug naar deel 2.

Dit verhaal verscheen oorspronkelijk als: Willem Kruf, 'Molenaars op de windmolens en water-, schors- en oliemolen nabij de haven van Bergen op Zoom' in: De Meule, Uitgave van Vereniging "De Westbrabantse Molens", nr. 125, 1e kwartaal 2025, pp. 17-25.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.