Achteraf, wanneer het, terugblikkend, makkelijk praten is, is het ronduit verbijsterend hoe snel en definitief de gezagsverhoudingen tussen rector/directeur, leraren en leerlingen daar, in dat didactisch kasteel aan de Elzentlaan, implodeerden. De autoriteitsbekleders bleken zich doorgaans geen raad te weten met de minste uittarting van hun gezag.

Wankele autoriteit
Ze gaven zich al spoedig over aan iets, wat op een vacuüm in de betrekkingen tussen bestuurders en bestuurden neer kwam. Een leegte, zeg dat wel. Want de leerlingen zetten er niet echt een bepaalde maatschappij-ideologie tegenover, ook al hadden ze het allemaal wel over Mao en diens Lange Mars uit de dertiger jaren, Bakoenin, het Neotrotskistische perspectief of stomweg over Marx of, maar veel kwam dat niet voor, over de omver te werpen structuren.
Een Lange Mars
De Mars was die van het Chinese Revolutionaire Rode Leger naar het Noorden. Als een leerling dát bleek te weten, was hij al een expert. Waar het Leger precies naar toe ging en waarom, dat wist niemand, maar zo was het ook betreffende de motieven van de Viet-Congh in Indochina, waar iedereen wel een poster van had op een stok om mee te flapperen.
De in spijkergoed gehulde jongelui – deze knisperende term bleef ook rector Van Den Hout bezigen – droegen die manhaftig rond op de cour en eisten alle macht aan het volk, vooral bij de vaststelling van de vragen en puntentellingen bij de nakende eindexamen. De schichtige staven van de verschillende schooltypes, verdeeld over de vleugels van het immense gebouw gaven onmiddellijk toe dat hierbij inspraak verzekerd moest zijn en ook dat vrijlokaal voor ongeremde seks, dat zou er komen. Het leidde tot ongewenste zwangerschappen, die ook verontrusting veroorzaakten in de ouderraad.

Want daar zag men dit met lede ogen aan, ook al was seksuele ontremming erg goed voor het nieuwe levensgevoel dat recht deed aan de emancipatie van het individu. Rector B.H. Bal van het Sint Catharina-lyceum erkende dat wellicht de toelating van Joristen op de schoolbals van deze instelling voor vrouwen van een Nieuwe Tijd – aldus het schoollied – enige supervisie van hogerhand rechtvaardigde vooral in de kleine uurtjes. Want dat lyceum, gelegen in de Dommelvallei, was omringd door veel dicht struweel. En men moet de kat niet op het spek binden.
Een USA-dag en een week van Amerika
Heel handig was het nu ook weer niet dat Van den Hout in 1968 een "USA-dag" organiseerde aan Den Elzent, waarbij zelfs de stafmuziek van de Oirschotse Constantijn Rebecque-Kazerne en het volledige regiment pantsertroepen het complex op kwam marcheren. Van den Hout was diep getroffen door de militaire bezetting van Tsjecho-Slowakije dat had gedacht zich te kunnen verwijderen uit het Warschaupact – de defensieve alliantie van Het Kremlin met de staten die bij de conferentie van Potsdam in 1945 waren toegewezen aan de Sowjetinvloedssfeer – en was ineens op de gedachte gekomen om voor de NAVO reclame te gaan maken op "Het Joris".

Ik zie nóg de robuuste dril-sergeant door de gangen naar de gymnasiale klassen dreunen om daar uiteen te zetten dat het leger een man maakte van de watjes die hier werden opgeleid voor bureaubaantjes. Het gaf aan dat ook deze rector, juist gekozen omdat hij bekend was als een man met een goed oog op de wereld, toch geen echt empathisch contact had met de hinderlijke puistenkoppen waarmee uiteraard nu helemaal geen land te bezeilen was.
De moderator modereert niet meer
De moderator, nog steeds wel in clergyman met het witte halsterboord om, was ook flink de weg kwijt in het godsdienstige waarvan hij ons moest doorgronden en werd langdurig overspannen. En zo was het met veel leraren die nodeloos capituleerden zonder dat om een wapenstilstand gevraagd was door de pubers die óók maar wat probeerden, zeker van de welstand die hun ouders hun borgden op hun verdere maatschappelijke loopbanen – niet in hun maatschappelijke ontwikkelingen.
Want nog steeds was er geen voorbereidend wetenschappelijk onderwijs voor velen. Dat was slechts voor de bevoorrechtten weggelegd uit de betere middenklassen, dat was ook dagelijks merkbaar. Want de merkkleding die verried dat men er echt bij hoorde was ook toen al spuugduur. En dan had ik het nog niet eens goed in de gaten betreffende de brommers die deze geprivilegieerden zorgeloos bereden en de consumpties die ze konden bestellen bij de retraites gedurende de vastenweken, want die Püchs overtroffen, mits voorzien van de plichtmatige vossenstaart en de bijbehorende fonkelende achteruitkijkspiegels op de brede sturen met de lederen ligzadels de aanschafprijs van de tweede hand Zündapp meerdere malen.
Christus onder de Zijnen
Dat bleek ook zeer goed tijdens de Pax Christi-voettochten die door het OMO (Ons Middelbaar Onderwijs) aan de ouders zeer aanbevolen werden om bij hun telgen omgevingsbewustzijn aan te kweken en het wij-gevoel verder, zeer subtiel maar doeltreffend, te kunnen door ontwikkelen in de prille harten. Dat gevoel dat zo typerend was voor Gods Volk Onderweg dat ging waarheen het de door de Heilige Geest aangeblazen wind woei.

Daar was de invitatie om van harte in te stemmen met het Franse lied van Père Duval die Christus zo levensecht presenteerde en ook zijn geroepen menigte, voortploegend over wegen vanuit verre verten leidend naar de plaats waar de zwaarden tot ploegscharen werden omgesmeed. Allemaal heel erg waar. Maar je moest er wel verdomd goed Frans voor kennen, voor dat lied dat steeds weer vanzelfsprekend en welgearticuleerd aangeheven werd en steeds meer strofes bleek te omvatten.
Alleen al dat lied dat zou verenigen sloot hen uit die de voorbereidingen voor deze tocht thuis niet konden doen bekostigen. Die financiële drempel werd aldus indirect via dat lied praktisch geslecht: havoklanten konden haar niet nemen en deden dat dus ook niet. Maatschappijbevestigend. Maar dat oordeel velde niemand. Want de bedoelingen waren overduidelijk ontzettend goed. Dat zou ik nu nog steeds niet willen betwisten. Maar het was voor weinigen, terwijl zo velen geroepen leken.
En dan heb ik het maar niet over de rubberen luchtbedden met handpompen, de slaapzakken met rits en de militaire draagbuidels van grof canvas die Gods Volk moeiteloos kon aanschaffen op deze tocht waarin gelijkheid gepreekt werd maar waarbij de dochter van de Philipsdirecteur toch net wat gelijker was dan de Strijpse glasblazer. Die dan ook niet wist wie Bakoenin was. Toen niet. En om zijn huidige ouwe dag evenmin.
Het poreuze gezag
Het gezag bleek poreus. En de maakbaarheid der samenleving een fictie die met kunst en vliegwerk levendig werd gehouden in Den Elzent. Dat was voelbaar, in Eindhoven en omstreken. En later, toen de Katholieke Hogeschool Tilburg ineens Karl Marxuniversiteit heette, op last van fabrikantenzoontjes die er het nieuws op de televisie mee wisten te halen, werd dat gevoel institutioneel. Omdat ook daar het katholicisme gaaf inwisselbaar bleek voor het structuralisme en existentialisme van Sartre. Begrijpt u wel? Sartre. De neef van Bakoenin.







