Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Op zoek naar haar moeder

Op zoek naar haar moeder

Ianthe van Beuningen

19 september 2024

Bijgewerkt op 29 oktober 2024

Op 30 september 1815 werd de zeventienjarige Anna Groothand gearresteerd door de vrederechter van Oss. Ze werd naar ‘s-Hertogenbosch gebracht, waar ze bij de Rechtbank van Eerste Aanleg terecht stond op beschuldiging van landloperij en bedelarij. Haar vonnis is een van de zeldzame gevallen waarin een tipje van de sluier wordt opgelicht van de omstandigheden waarin zij zich bevond. Een korte blik in Anna’s vonnis.

We weten weinig over het leven van de nog jonge Anna Groothand - soms ook geschreven als Groothandt of Groothant. Nadat zij was gearresteerd in het kanton Oss, vertelde Anna aan de vrederechter ter plaatse dat ze was geboren in Leeuwen. Als we een kijkje nemen in de doop-, trouw- en begraafboeken van Leeuwen, vinden we dat er een meisje onder de naam Joanna Groothandt op 28 mei 1798 is gedoopt, een dochter van Maria Groothandt en Hermannus Wouters (zie: Gelders Archief inv.nr. 0176-1679-17 (opent in een nieuw tabblad)). Mogelijk betreft dit de bovengenoemde Anna.

In Oss

Proces verbaal van Anna Groothand, geschreven door de vrederechter van het kanton Oss, Hubertus Johannes van Roermund
Proces verbaal van Anna Groothand, geschreven door de
vrederechter van het kanton Oss, Hubertus Johannes van Roermund

Anna woonde voor het laatst in Grave, waarschijnlijk samen met haar moeder. Toen haar moeder met koopwaar op reis ging, zijn de twee elkaar uit het oog verloren. Anna ging naar haar op zoek. Zo kwam zij terecht in de omgeving van Oss. Op 30 september kwam de vrederechter, Hubertus Johannes van Roermund, haar tegen. Hij vertelde hierover het volgende in zijn proces verbaal: ‘Op heden den dertigste september 1815 hebben wij vredenrechter van het Canton van Oss ontmoet hebbende [een] zeker meisje zich noemende Anna Groothand, volgens haar zeggen geboren te Leeuwen, en thans te Grave woonachtig gearresteerd, uithoofde dezelve niet was voorzien van eenige papieren en thans zonder beroep zich aan bedelarije overgaaf, zoo als zij vast zelve heeft verklaard, dat zij op heden, in een huis of tien, van een aalmoes gevraagd of gebedeld heeft.’ (BHIC, 21 Rechtbank van Noord-Brabant, inv.nr. 843.205 (opent in een nieuw tabblad), toegang via archief Officier van Justitie, inv.nr. 1137 (opent in een nieuw tabblad)). De vrederechter besloot vervolgens Anna over te brengen naar de gevangenis in ’s-Hertogenbosch. Zij kwam daar op 3 oktober 1815 aan.

In de rechtbank

Op basis van bovengenoemd proces verbaal van de vrederechter van Oss, werd Anna door de officier van justitie bij de Rechtbank van Eerste Aanleg gedagvaard. De rechtszaak vond enkele dagen later plaats op 11 oktober 1815. Anna werd aangeklaagd voor landloperij en bedelarij. De officier presenteerde aan de rechtbank zijn conclusies. In zijn voordracht gaf de officier aan Anna te verklaren tot ‘vagabonde zo dezelve bovendien te condemneeren ter zake voorschreven tot eene gevangenzetting van een jaar en in de kosten dezer procedure (…)’. (BHIC, 21 Rechtbank van Noord-Brabant, inv.nr. 798-511). De langdurige gevangenzetting in de voordracht is opmerkelijk. Op enkel landloperij stond namelijk volgens de wet een gevangenisstraf van 3 tot maximaal 6 maanden. Bij Anna speelde voor de officier echter mee dat zij buiten het kanton van haar woonplaats had gebedeld, waar een straf op stond van zes maanden tot maximaal twee jaar.

Het antwoord van Anna

Tijdens de rechtszaak op 11 oktober zijn er geen getuigen aan het woord gekomen. Wel nam Anna zelf het woord. En haar antwoorden lijken een belangrijke rol te hebben gespeeld in het uiteindelijk besluit van de rechtbank. Anna’s woorden zijn niet genotuleerd. Wat tijdens een rechtszaak werd besproken – onder meer door eventuele getuigen of de beklaagde zelf - werd zelden genoteerd. De vonnissen zijn veelal slechts samenvattingen van de terechtzitting. Toch kunnen we zo nu en dan uit de beknopte motiveringen van het rechterlijk besluit snippers informatie terughalen. Zo bleek dat de rechters – na het horen van de zaak – tot een ander besluit kwamen dan de officier in zijn voordracht had voorgesteld. De rechters meldden het volgende: ‘Aangezien het uit de instructie dezer procedure is gebleken dat Anna Groothand is bevonden zonder papieren en geconfessieerd [bekend] heeft eenige tijd in deze provincie te hebben rondgezworven om hare moeder te zoeken die zij gezegd heeft dat met koopmanschap langs het land ging en bij die gelegenheid een a[a]lmoes te hebben gevraagd’. (BHIC, 21 Rechtbank van Noord-Brabant, inv.nr. 798-511). Anna was op zoek gegaan naar haar moeder en kwam zo in Oss terecht. Hoewel de informatie gering is, is dit desalniettemin een van de weinige vonnissen waarin we een glimp opvangen van het verhaal van de beklaagde.

Van wet naar praktijk

Audiëntieblad proces tegen Anna Groothand, 1815 (BHIC, 21_0798_0511)
Audiëntieblad proces tegen Anna Groothand, 1815
(BHIC, 21-0798-0511)

De rechters spraken van verzachtende omstandigheden die meespeelden in de zaak. De beschuldiging van landloperij verviel en Anna stond enkel nog terecht voor bedelarij buiten het kanton van haar woonplaats. De rechters legden een gevangenisstraf op van veertien dagen en Anna moest de proceskosten betalen (1 gulden, 3 stuivers en 8 penningen). De rechtbank noemde hierbij wetsartikel 463, houdende de bepaling dat de rechters een milder vonnis konden uitwijzen ‘indien het veroorzaakte nadeel geen vijf en twintig franken te boven gaat, en bij aldien de omstandigheden het wanbedrijf schijnen te verkleinen’. Het voorbeeld van Anna Groothand laat niet alleen zien dat verzachtende omstandigheden een rol konden spelen in het besluit van de rechters, maar het illustreert ook dat de tenlastelegging in de voordracht van de officier niet altijd (exact) werd overgenomen. In andere vonnissen die zijn uitgevaardigd in de periode tussen 1813-1838 door de Rechtbank van Eerste Aanleg zien we dit ook terug. In circa de helft van de gevallen wezen de rechters uiteindelijk een kortere gevangenzetting toe dan vooraf in de voordracht van de officier was genoemd.

Anna werd uiteindelijk op 25 oktober 1815 ontslagen uit de gevangenis (BHIC, 52 Gevangenissen ’s-Hertogenbosch, inv.nr.: 257-0134 (opent in een nieuw tabblad)). Wat er hierna met haar gebeurde, is helaas niet bekend. Hoewel de naam Groothand(t) nog in veel archiefstukken terugkeert, lijkt geen van deze personen wat betreft leeftijd of familieverbanden overeen te komen met de bovengenoemde zeventienjarige Anna. Dit wordt dan ook nog vervolgd.

Meer weten over het onderzoek van Ianthe van Beuningen naar landloperij in het Brabant van de 19e eeuw? Klik hier

Artikelen op website BHIC:

Brabant en de landlopers

Een familie voor de rechtbank

Twee jaar cel voor een tafellaken, servet en kandelaar

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Op zoek naar haar moeder | BHIC