Landloperij in 19e-eeuws Brabant
Liedjeszangers, mattenmakers, schoenmakers, rondreizende kooplieden, weduwes, dienstmeiden, jonge kinderen, tieners, mensen zonder werk, gewezen militairen en daar houdt de lijst verre van op. Er is dan ook geen eenduidig antwoord te geven op de vraag: wie waren de mensen die in de archieven van de Brabantse rechtbanken werden verklaard tot ‘landloper’ of ‘vagebond’ en als zodanig werden berecht. Overwegend hadden deze mensen één overeenkomst: ze hadden geen vaste verblijfplaats en reisden (gedurende een deel van hun leven) rond. Zij probeerden in hun levensonderhoud te voorzien met dagelijkse arbeid of het vragen van aalmoezen. De strafbaarstelling van landloperij in de negentiende en twintigste eeuw heeft het gevolg dat de archieven van rechtbanken veel informatie bevatten over de mensen die hiervan werden beschuldigd. Maar wat voor informatie? Wat kunnen de Brabantse archieven ons vertellen over landloperij?
Wat kunnen de Brabantse archieven ons over ‘landloperij’ vertellen?
Landloperij in de Code Pénal
Landloperij in Brabant (verhaal)
Toelichting op de vonnissen wegens landloperij
Landloperij in de Rechtbank van Eerste Aanleg in ’s-Hertogenbosch
Over het onderzoek van Ianthe van Beuningen (Fellow)
Op zoek naar haar moeder (verhaal)
Een familie voor de rechtbank (verhaal)
Twee jaar cel voor een tafellaken, servet en kandelaar (verhaal)