Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Database landloperij in de vonnissen van de Rechtbank van de Eerste Aanleg in ‘s-Hertogenbosch

Bijgevoegd bestand vat de gegevens samen van 186 vonnissen, waarvan 16 in hoger beroep zijn uitgesproken. De zaken zijn in de periode tussen 1813-1838 door de Rechtbank van Eerste Aanleg in ‘s-Hertogenbosch in de behandeling genomen. Het betreft de vonnissen waarin landloperij als delict werd vermeld (eventueel in combinatie met andere zaken zoals bedelarij). Deze toelichting behandelt in het kort het gestandaardiseerde format van de vonnissen in deze periode; geeft een omschrijving van de gegevens in het bestand; noemt eventuele overwegingen in de classificaties van motiveringen en omschrijvingen van strafbepalingen; en sluit af met een overzicht van de rechters die betrokken waren bij de Rechtbank van Eerste Aanleg in Den Bosch in deze periode.

Download de database Vonnissen landloperij Rechtbank van Eerste Aanleg 's-Hertogenbosch (Excel) (opent in een nieuw tabblad)

Dit bestand (de Excel database) wordt aangeboden onder de Creative Commons Attribution-ShareAlike 4.0 International licentie.

Toelichting op de database

Inhoud

1. Opbouw van het vonnis
2. Toelichting bij de tabel
3. Classificatie strafbepalingen
4. Motivering van de rechters
5. Overzicht van de betrokken rechters

1. Opbouw van het vonnis

Over het algemeen werden de vonnissen/audiëntiebladen kort, bondig en zakelijk opgeschreven door de griffier. Hoewel er kleine wijzigingen zijn door de periode, zijn de bekeken vonnissen/audiëntiebladen wat betreft landloperij overwegend opgebouwd in een vaste volgorde, volgens een vast formulier dat de griffier kon invullen:

  • Aanhef en datum van de audiëntie.
  • Een melding van de eiser: vanaf 1813/1814 was dit de ‘Heere Officier, ambtshalve eischer en aanlegger’.
  • Persoonsgegevens van de beklaagde: naam, leeftijd, geboorteplaats, woonplaats en beroep. Indien meerdere mensen terecht stonden, werden de namen onder elkaar geplaatst.
  • Een omschrijving van het delict waarvoor de betreffende persoon (personen) terecht stond (stonden).
  • Een beknopte omschrijving van de geziene stukken en eventuele verklaringen, van de beklaagde en van getuigen. Deze verklaringen en verdedigingen van de beklaagde worden in het vonnis niet opgeschreven, maar zijn tijdens de rechtszaak besproken/gehoord.
  • Hierna volgt een herhaling van de tenlastelegging van de officier, waarin hij zijn conclusies overdraagt aan de Rechtbank van de Eerste Aanleg.  Zijn voordracht wordt veelal in het vonnis geciteerd.
  • Daarna kan de beklaagde zich verdedigen. Dit onderdeel wordt opnieuw niet uitgeschreven.
  • Vervolgens volgt het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg ‘na dat ieder Regter zijn gevoelens geuit heeft achtervolgens de wet’, met een besluit en een summiere motivering. Zelden wordt een nadrukkelijke uiteenzetting gegeven van omstandigheden die mee hebben gespeeld in het besluit.  De beklaagde wordt onschuldig of schuldig verklaard.
  • Daarna volgen eventuele relevante wetsteksten. Deze werden voorgelezen in de rechtbank.
  • Hierna volgt een omschrijving van de strafbepaling (veelal de duur van een eventuele gevangenzetting en een vermelding van de kosten van het proces).
  • Tot slot: de namen van de rechters die het vonnis hebben gewezen.

In het geval de Rechtbank van Eerste Aanleg een zaak in hoger beroep in behandeling nam, dan viel men terug op een ‘leeg’ vel (i.e. zonder formulier), maar de standaardopbouw bleef nagenoeg hetzelfde. Hierin werd tevens het eerder uitgesproken vonnis (door de eerdere rechtbank) opgenomen. Het uiteindelijke besluit gaf aan of het appel werd ontvangen (dan volgde een nieuwe uitspraak) of werd vernietigd (in dat geval werd bleef het eerste vonnis rechtsgeldig).

De vonnissen zijn over het algemeen zeer summier. Meer informatie over de eventuele getuigenverklaringen, antwoorden van de beklaagden, en de achtergrond van de zaak/arrestatie zijn vaak te vinden in de processtukken/strafdossiers (opent in een nieuw tabblad). De bijbehorende dossiernummers van de processtukken zijn (op jaartal) terug te vinden via het archief van de Officier van Justitie (opent in een nieuw tabblad).

2. Toelichting bij de Excel

2.1 Gegevens uit het archief (kolom A en B)

  • NUMMER: Omvat het toegangsnummer (Rechtbanken in Noord-Brabant, 1811-1838, toegangsnummer 21), het inventarisnummer (in dit geval vanaf 795 t/m 821) en het volgnummer (paginanummer in het document).
  • PERMALINK: De URL naar het bestand in het archief van het BHIC. Let op: In circa 1/3 deel van de gevallen in deze groep uitgesproken vonnissen zijn er tegelijkertijd meerdere personen berecht (denk bijv. aan families, vrienden, partners). In deze gevallen is zowel het inventarisnummer als de URL van het vonnis hetzelfde, ondanks dat het om verschillende personen gaat.

2.2 Persoonsgegevens van de gedaagde (Kolom C t/m J)

  • VOORNAAM, TUSSENVOEGSEL, ACHTERNAAM: De naam zoals deze vermeld (en gespeld) is in het vonnis. Let op: De spelling van namen kon soms flink variëren. Ook in de daarbij horende processtukken werden in sommige gevallen de namen weer op een andere manier geschreven.
  • LEEFTIJD: De leeftijd van de persoon zoals opgegeven op het moment van de rechtszaak. In sommige gevallen betreft de leeftijd een schatting. Er werd ook vaak in het vonnis opgenomen dat de leeftijd ‘ongeveer’ zoveel jaren was, of ‘naar schatting’ of ‘naar eigen zeggen’. Let op: soms keren personen bijv. enkele jaren later terug in de vonnissen en zijn ze even oud of zelfs jonger. De leeftijden zijn in veel gevallen dus niet accuraat. Bij het terugzoeken van personen in o.a. doopregisters is aan te raden met wat brede marges in de geboortejaren te zoeken.
  • GEBOORTEPLAATS: De spelling uit het vonnis is aangehouden wat betreft de geboorteplaats. In een enkel geval was de geboorteplaats onbekend of werd deze niet vermeld. Dan wordt dit aangegeven met respectievelijk ‘Onbekend’ en ‘Niet vermeld’.
  • WOONPLAATS: De woonplaats die staat opgegeven betreft in veel gevallen de laatste bekende woonplaats van de beklaagde (‘laatst gewoond hebbende’)’. De spelling uit het vonnis is aangehouden wat betreft de woonplaats. Indien werd vermeld dat de persoon in kwestie zonder woonplaats was, dan wordt dit in het bestand aangegeven met ‘Zonder’. Indien er geen melding werd gemaakt van een woonplaats, wordt dit aangegeven met  ‘Niet vermeld’.
  • BEROEP: Het beroep van de beklaagde zoals deze werd omschreven in het vonnis. Wanneer er in een vonnis specifiek ‘zonder beroep’ stond, dan is dit opgenomen als ‘Zonder’. Werd het niet vermeld: ‘Niet vermeld’.

2.3 Gegevens van het proces (Kolom K t/m S)

  • DATUM RECHTZAAK: Datum van de rechtszaak zoals vermeld bovenaan het vonnisblad (dag-maand-jaar).
  • DELICT: De delicten zijn in het bestand onderverdeeld in vier groepen:
    o   Landloperij. Hieronder vallen termen als ‘landlooperij’, ‘vagebondage’, ‘vagebondering’, ‘rondzwerving’ of de omschrijving: ‘zonder vaste woonplaats, middelen van bestaan of beroep het land rond te lopen’. In sommige gevallen incl.  vermelding van ‘zonder enige papieren’ of ‘geruime tijd’, e.a.. In dat geval is dit opgenomen in de kolom: ‘Aanvullende omschrijving’.
    o   Landloperij en bedelarij. Eerstgenoemde inclusief bedelarij, soms aangevuld met opmerkingen als ‘bij gezonden lijve’ of ‘buiten het kanton’. Dit is in dat geval opgenomen in de kolom: ‘Aanvullende omschrijving’ .
    o   Landloperij en ander vergrijp. Eerstgenoemde inclusief een melding van een ander vergrijp. Dit is in dat geval opgenomen in de kolom: ‘Aanvullende opmerking’
    o  Landloperij, bedelarij en ander vergrijp. Eerste twee genoemde delicten inclusief een melding van een ander vergrijp. Dit is in dat geval opgenomen in de kolom: ‘Aanvullende opmerking’.
  • AANVULLENDE OPMERKING: Zie DELICT.
  • GEMEENTE VAN ARRESTATIE: In het geval in het vonnis vermeld was waar de persoon was gearresteerd. Let op: in veel gevallen is dit niet genoteerd in het vonnis (zie hiervoor de processtukken, terug te vinden via het archief van de Officier van Justitie, zie boven).
  • VERBAAL OPGEMAAKT DOOR: Gedurende de rechtszaak werden vaak bepaalde processtukken voorgelezen, waaronder het verbaal. Dit verbaal was veelal opgemaakt door een burgemeester, vrederechter, commissaris van politie of brigadier van de Marechaussee, waarin de arrestatie/reden van arrestatie werd omschreven. (zie: ‘Gezien en voorlezing gedaan van het deswegens opgemaakt verbaal…’). Je vindt de verbalen terug bij de processtukken (indien beschikbaar).
  • ONDERDEEL VAN EEN GROEP: Stonden er meerdere mensen op het vonnisblad, i.e. is het vonnis uitgesproken over een grotere groep? Dan wordt dat in deze kolom aangegeven. Let op: het wil niet zeggen dat niet meerdere mensen mogelijk onderdeel waren van een groep. Deze mensen werden echter samen berecht.
  • VOORDRACHT: OMSCHRIJVING STRAFBEPALING: De officier gaf aan welke wetsartikelen en op welke gronden hij zijn conclusies had opgemaakt. Hij geeft dit door in zijn voordracht die vaak in de vonnissen werd geciteerd. De omschrijving van de strafbepaling zijn onderverdeeld in 5 categorieën (zie onderstaand: Omschrijving strafbepalingen).
  • VOORDRACHT: DUUR GEVANGENZETTING: Geformuleerd zoals in de voordracht ter sprake kwam. In maanden, dagen, of jaren. In enkele gevallen minstens of meer dan [gevolgd door de duur].
  • VOORDRACHT: DUUR GEVANGENISSTRAF GEGROEPEERD: Bovengenoemde duur opgedeeld in groepen:

Classificatie

Duur

0

Vrijspraak

1

≤ 1 maand

2

> 1 maand - ≤ 2 maanden

3

> 2 maanden - ≤ 3 maanden

4

> 3 maanden - ≤  6 maanden

5

> 6 maanden - ≤ 1 jaar

6

> 1 jaar

2.4 Gegevens van het vonnis (Kolom T t/m AC)

  • BESLUIT: ‘Schuldig bevonden’ of ‘Vrijspraak’’. In een paar gevallen is een persoon voor bepaalde zaken schuldig en voor andere onschuldig bevonden. In dat geval staat er vermeld: ‘Deels, met een aanvullende toelichting in ‘Toelichting op omstandigheden?’.
  • MOTIVERING: Overwegend zijn de motiveringen van de rechtbanken erg summier. Deze motiveringen zijn hier opgedeeld in vier groepen: ‘Niet gebleken voor de rechtbank’, ‘Gebleken voor de rechtbank’, ‘Mogelijke verzwarende factoren’, ‘Verzachtende factoren’ (zie voor een uitgebreidere omschrijving onderstaand: ‘Motivering van rechters’).
  • TOELICHTING OP OMSTANDIGHEDEN?: Zoals eerder aangegeven zijn de motiveringen van de rechters summier. Indien er uitzonderlijke argumenten/omstandigheden worden medegedeeld in het vonnis, dan worden deze hier vermeld.
  • GECITEERDE ARTIKELEN CP: Dit zijn de artikelen uit de Code Pénal waarop de rechters het uiteindelijke vonnis bepaalden. [Zie ook: Landloperij in de Code Pénal]
  • VONNIS: OMSCHRIJVING STRAFBEPALING: De omschrijving van de strafbepaling zijn onderverdeeld in 5 categorieën (zie onderstaand: Omschrijving strafbepalingen).
  • VONNIS: DUUR GEVANGENISSTRAF: Zoals geformuleerd in het vonnis, in maanden, dagen, of jaren.
  • VONNIS: CLASSIFICATIE DUUR GEVANGENISSTRAF GEGROEPEERD: Bovengenoemde duur opgedeeld in groepen (zie boven).
  • CONFORM VOORDRACHT?: De voordracht van de officier en het uiteindelijke vonnis worden hier vergeleken; komen deze overeen of niet?
  • (VICE) PRESIDENT: De persoon die het voorzitterschap had tijdens de rechtszaak. Zie ook  ‘Kort overzicht van genoemde rechters’.
  • RECHTERS AANWEZIG: De rechters die de uitspraak deden. Dit zijn er altijd twee of meer. Zie ook  ‘Kort overzicht van genoemde rechters’.

3. Classificatie strafbepalingen

De omschrijving van de strafbepalingen zijn onderverdeeld in zes categorieën. Deze categorieën worden aangehouden zowel bij de voordracht van de officier als bij het uiteindelijke vonnis zoals deze werd uitgesproken door de rechters. Indien de persoon schuldig werd verklaard, dan werd in de meeste gevallen naast een gevangenisstraf, de kosten van het proces in rekening gebracht op basis van artikel 194 Code d’instruction criminelle (het Wetboek van Strafvordering). Let op: dit betreft de omschrijving van de strafbepaling zoals werd weergegeven in het vonnis.

0.

Vrijspraak

1.

Gevangenzetting en proceskosten

2.

Gevangenzetting, proceskosten en na de gevangenzetting ter beschikking/ter dispositie 'hooge regering' of 'gouvernement'

3.

Gevangenzetting, proceskosten en na de gevangenzetting naar een bedelaarshuis

4.

Gevangenzetting, proceskosten en na de gevangenisstraf over de grenzen van het rijk gebracht

5.

Gevangenzetting, proceskosten en restitutie van gestolen goederen

6.

Gevangenzetting, proceskosten en een aanvullende geldboete

4. Motivering van rechters

Zoals eerder aangegeven zijn de motiveringen van de rechters zakelijk, kort en bondig. Ze hebben vaak een zelfde soort opbouw. Deze motiveringen van de rechters zijn hier onderverdeeld in vier groepen.

1.

Niet gebleken. Indien er onvoldoende bewijs was en het voor de rechtbank niet of onvoldoende was gebleken dat een persoon zich schuldig had gemaakt aan landloperij, dan kon de rechtbank besluiten de aangeklaagde te ontheffen van de naar hem ingebrachte beschuldigingen, met vrijspraak tot gevolg. Vaak was dit op basis van artikel 191 van de Code d´instruction criminelle (Het Wetboek van strafvordering).

2.

Gebleken voor de rechtbank. In deze gevallen was het voor de rechtbank voldoende gebleken dat de persoon in kwestie zonder vaste woonplaats, middelen van bestaan of beroep het land rondliep. In deze gevallen werd de definitie uit de Code Pénal geciteerd: ‘Aangezien is gebleken dat de beklaagde zonder vaste woonplaats, middelen van bestaan of gewoonlijk enigerlei beroep uitoefende […]’. Hierbij werd in sommige gevallen tevens vermeld dat de persoon had gebedeld, of ‘bedelende’ was gearresteerd. 

3.

Gebleken voor de rechtbank, maar er zijn verzachtende omstandigheden. In deze gevallen was het voor de rechtbank gebleken dat de persoon geen vaste woonplaats, middelen van bestaan of beroep uitoefende (zie boven), maar verzachtende omstandigheden speelden een rol in het wijzen van een vonnis op basis van artikel 463. Hoewel dit wetsartikel vaak terugkeert, wordt er zelden een omschrijving gegeven van wat die omstandigheden precies zijn. Enkel dat er sprake is van verzachtende omstandigheden (en dat de schade niet boven de 25 frank gaat). Hieronder vallen ook de gevallen waarbij leeftijd een rol speelde. In het geval er aanvullende informatie wordt gegeven wat betreft verzachtende omstandigheden, dan is dit vermeld in daaropvolgende kolom. 

4.

Gebleken voor de rechtbank, mogelijke verzwarende omstandigheden. In enkele gevallen maakten de rechters een melding van een eerdere veroordeling (zie ook bijv. de wetsartikelen in de Code Pénal 55, 57 of 58) of noemden zij andere zaken die mogelijk invloed konden hebben op het uiteindelijke vonnis van de rechtbank. Eventuele genoemde omstandigheden zijn opgenomen in de daaropvolgende kolom. 

5. Kort overzicht van genoemde rechters bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te 's-Hertogenbosch 

Naam

Betrokken als 

Lambertus Wilhelmus Van der Horst (1760-1840)

President van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch tussen 1811 en 1838

Petrus Jospephus Guilielmus Vogelvanger (1767-1831)

(Vice-)President bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te ‘s-Hertogenbosch tussen 1814 tot zijn overlijden in 1831 – voorheen rechter van instructie (1811-1814)

Ludovicus Guilelmus Ernestus van Heurn (1771-1845)

Rechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch tussen ca. 1811 en 1838

Anthony van Hanswijk (1745-1834)

Rechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch van 1811 tot 1829 

Johannes Henricus Verhoeven (1775-1817)  

Rechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch van 1812 tot 1817 

Jacobus (Jacques) Losecaat (1774-1848)  

Rechter ter instructie bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch van 1814 tot 1838 

Petrus Simon van Son (1771-1862)  

Rechter bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch vanaf 1817 en (vice-)president vanaf 1832 

Herman Santvoort (1771-1835)

Rechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch in ieder geval vanaf 1813 (mogelijk eerder) tot 1835 

Johannes de Wijs (1777-1823)

Rechter de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch in vanaf ca. 1813 (mogelijk eerder) tot in ieder geval 1822 

Frans Andries de Jonge (1765-1833)

Rechter de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch in vanaf ca. 1812 tot 1817/1818

Gerard de Jong ( – 1837)

Rechter de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch, keert terug als rechter in de vonnissen tussen 1819 – 1836

Johan Pieter Anthoni Reigersman ( – 1830)

Rechter de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch, keert terug als rechter in de vonnissen tussen 1819 – 1829

Verheijen (mogelijk: Gerardus Bernardus Verheijen 1774-1835)

Rechter de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch, keert terug als rechter in de vonnissen tussen 1826 – 1830

Carolus Theodorus Beijer (1793 – 1836)

Rechter de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch, keert terug als rechter in de vonnissen tussen 1830 - 1835

Josephus Petrus Joannes Antonius de la Court (1800-1842)

Rechter de Rechtbank van Eerste Aanleg te ’s-Hertogenbosch tussen 1832 en 1838

Mr. Gerardus Martinus van der Ven (1792-1853)

Keert terug als rechter in de vonnissen tussen 1835-1836 (maar heeft vaker als (plaatsvervangend) rechter gediend)

Joannes Benedictus Hyacinthus van de Mortel (1797-1887)

Rechter Rechtbank van eerste aanleg te ’s-Hertogenbosch vanaf 1836

Johan Versfelt (1805 – 1874)

Rechter in de Rechtbank van eerste aanleg te ’s-Hertogenbosch vanaf 1835

Franciscus Johannes Emilius van Zinnicq Bergmann (1807-1879)

Rechter Rechtbank van eerste aanleg te ’s-Hertogenbosch vanaf 1836

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Database landloperij in de vonnissen van de Rechtbank van de Eerste Aanleg in ‘s-Hertogenbosch | BHIC