Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Inleiding op het dossier

Doelstellingen

Dit online dossier is het resultaat van vijf maanden speurwerk in verschillende archieven, in het bijzonder het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC), het Stadsarchief Breda, het Nationaal Archief en Atria. Hierbij vormden drie doelstellingen voor mij de richtlijn. Allereerst was het streven om zoveel mogelijk informatie over de naoorlogse informele en formele bestraffing van Noord-Brabantse meisjes en vrouwen die omgang hadden gehad met Duitse militairen op één centrale plaats te verzamelen. Op deze manier kan dit online dossier dienen als toegankelijk referentiepunt voor personen die geïnteresseerd zijn in dit onderwerp, of dit nu vanuit een persoonlijke of academische achtergrond is. Er is ook ruimte voor lezers om kennis en persoonlijke verhalen te delen – dit in de hoop dat het een dynamisch dossier wordt dat blijft groeien.

Daarnaast wilde ik een waardevolle bijdrage leveren aan de al bestaande literatuur, oftewel historiografie, over deze meisjes en vrouwen. De studies van met name Monika Diederichs en Rianne Oosterom, evenals een aantal masterscripties, hebben al veel gedaan om de kennis over dit onderwerp te vergroten en voor een breder publiek toegankelijk te maken. Dit onderzoek voegt, op basis van onder andere beperkt openbaar bronmateriaal, hier een aantal nieuwe perspectieven aan toe, die mijns inziens zeker ook uitnodigen tot verder wetenschappelijk onderzoek. Dit geldt met name voor de geïdentificeerde lokale dynamieken die een rol speelden in de onderzoeken binnen de bijzondere rechtspleging (thema IV), maar ook voor de gevolgen van onbeschermd seksueel contact (thema’s V en VI). 

De laatste doelstelling brengt mij eigenlijk terug naar de oorsprong van mijn fascinatie voor het verleden, en dat is: het vertellen van verhalen, in het bijzonder van hen die vaak onzichtbaar blijven. Hoewel er ontelbaar veel boeken zijn verschenen over de Tweede Wereldoorlog, zijn de levens van 'doorsnee' vrouwen en hun perspectieven hier nog altijd in ondervertegenwoordigd. Ik schaar dit project daarom in het rijtje van andere onderzoeken naar vrouwen in oorlogstijd, in de gedeelde hoop dat ook hun ervaringen in de toekomst een meer centrale plaats zullen innemen in de historiografie.

Aanpak

De eerste maanden van het onderzoek waren gevuld met verkennend literatuur- en brononderzoek. Hiervoor maakte ik onder andere gebruik van de rijke bronnencollectie van het BHIC, in het bijzonder de collectie van het Militair Gezag, en de waardevolle interviews die Diederichs afnam van meisjes en vrouwen die omgang hadden gehad met Duitse militairen. Dit hielp mij om het naoorlogse verschijnsel van het knippen, ofwel de informele bestraffing, voor Noord-Brabant in kaart te brengen en andere nog onderbelichtte thema’s te identificeren.

Om ook de formele bestraffing te kunnen bestuderen, deed ik onderzoek in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). Gezien de omvang van dit archief besloot ik mij uiteindelijk te concentreren op één stad: Breda. De keuze voor Breda werd gemaakt omdat daar, volgens de overgebleven documentatie, relatief weinig meisjes en vrouwen werden geknipt. In de literatuur over meisjes en vrouwen die met Duitsers omgingen wordt de stad, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Bergen op Zoom, Eindhoven of Roosendaal, dan ook niet genoemd. Dat er weinig werd geknipt, betekende echter niet dat meisjes en vrouwen daar vrijuit gingen, integendeel. Ook daar werden zij gearresteerd, onder huisarrest geplaatst en geïnterneerd.

Om Bredase meisjes en vrouwen te traceren maakte ik gebruik van de collectie van het Militair Gezag en beperkt openbaar materiaal uit het Stadsarchief Breda, specifiek het archief van de Bredase gemeentepolitie. Als ik een naam van een meisje of vrouw tegenkwam, voerde ik deze in op de website oorlogvoorderechter om na te gaan of er van deze persoon een CABR-dossier te vinden was. In het Nationaal Archief vroeg ik vervolgens de dossiers van deze meisjes en vrouwen één voor één op. Wanneer ik een dossier bestudeerde, nam ik voor de zekerheid ook alle andere dossiers uit de doos door om na te gaan of hier nog meer voor mijn onderzoek relevante personen tussen zaten. Dat bleek soms inderdaad het geval. Uiteindelijk traceerde en analyseerde ik de dossiers van 26 Bredase meisjes en vrouwen die omgang hadden gehad met Duitse militairen.

De steekproef leverde een gevarieerd beeld op. De meisjes en vrouwen verschilden onder andere in hun beweegredenen om contact te onderhouden met militairen, in leeftijd en de aard en zwaarte van de straffen die hen uiteindelijk werden opgelegd. Dit gedeelte van het onderzoek richtte zich op een beperkt aantal vrouwen uit één stad. Ik heb er echter naar gestreefd om de persoonlijke verhalen van deze vrouwen zoveel mogelijk in een wijder historisch kader te plaatsen. Op deze manier biedt dit onderzoek niet enkel inzicht in lokale gevallen, maar draagt het ook bij aan een breder begrip van de verschillende facetten die ene rol speelden bij naoorlogse bestraffing van meisjes en vrouwen in het algemeen. 

Bekijk het volgende item:

Thema I: Tijdens de oorlog

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Inleiding op het dossier | BHIC