Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Oorlogsslachtoffers in 's-Hertogenbosch: Andreas van Galen en zijn gezin

Oorlogsslachtoffers in 's-Hertogenbosch: Andreas van Galen en zijn gezin

Pieter van der Schoot

5 februari 2021

Bijgewerkt op 8 januari 2025

Andreas van Galen werd in 1889 geboren in een Rosmalens arbeidersgezin, als vierde in een gezin waarbinnen tussen 1885 en 1897 negen kinderen geboren werden. In 1919 kreeg hij een dienstbetrekking bij de afdeling Gemeentewerken van ’s-Hertogenbosch. Zijn functie werd ‘handlanger’ genoemd en hij begon als stratenmaker.

Andreas trouwde op 3 februari 1920 burgerlijk en op 4 februari 1920 kerkelijk met de Rosmalense boerendochter Lamberdina van der Donk, de oudste uit een gezin van 11 kinderen. Het echtpaar kreeg 4 kinderen: Betsie (1920), Riek (1922), Henk (1924) en Helma (1927). Het gezin woonde vanaf juli 1923 op De Bossche Pad 13, vanaf 1928 op Graafseweg 100, en verhuisde in 1932 naar het toen nieuwgebouwde huis Abeelenstraat 15. De Abeelenstraat was een van de aardige nieuwe straten in de Graafsewijk, onmiddellijk aansluitend op de oostrand van De Muntel.

Huwelijksfoto’s (waarschijnlijk 3 februari 1920; foto’s uit familie album)
Huwelijksfoto’s (waarschijnlijk 3 februari 1920; foto’s uit familiealbum)

Het stratenmakerswerk viel hem al snel te zwaar en hij kreeg binnen Gemeentewerken ander werk, met daarbij een heel speciale taak: dagelijks de toren van de Sint Jan, van de Antoniuskapel en van het Stadhuis beklimmen om de gewichten van de drie gemeentelijke torenuurwerken op te takelen, waardoor deze uurwerken steeds de juiste tijd aangaven. De juiste tijd werd vastgelegd met een vestzakhorloge dat op tijd werd gezet aan de hand van de stand van het enige uurwerk in de stad dat altijd de juiste tijd aangaf: het uurwerk van het spoorwegstation. [Klik hier voor een foto van Andreas met zijn vestzakhorloge (opent in een nieuw tabblad)]

Andreas windt het uurwerk van de St. Jan op (© Spaarnestad Photo. Bron: Erfgoed 's-Hertogenbosch)
Andreas windt het uurwerk van de St. Jan op (© Spaarnestad Photo. Bron: Erfgoed 's-Hertogenbosch (opent in een nieuw tabblad))
25 Jaar gemeentedienst met het hele gezin (foto uit familie album)
25 Jaar in gemeentedienst met het hele gezin (foto uit familiealbum)
De oorkonde
De oorkonde

In augustus 1944 was hij 25 jaar in dienst bij de afdeling Gemeentewerken en dat werd feestelijk herdacht met berichtgeving in de krant (opent in een nieuw tabblad), een oorkonde van het gemeentebestuur en een feest in de eigen achtertuin waarbij het hele gezin trots achter hét symbool van Andreas’ werk werd neergezet: een uurwerkplaat - met hier de wijzers op bijna 18.00 .

Op 22 oktober 1944 ging het gruwelijk mis, toen de geallieerden hun finale aanval gingen uitvoeren op ’s‑Hertogenbosch om de bezetters uit de stad te verdrijven. Andreas verliet zoals gewoonlijk het huis tegen 12.00 uur om zijn route van enkele uren te gaan maken. Nauwelijks op weg werd hij overvallen door luchtalarm en haastte zich terug naar huis. En toen voltrok zich, naar verluidt om 12.00 uur, de ramp die hem, drie van zijn kinderen en meer dan 20 buurtgenoten het leven kostte.

De vier slachtoffers (bron: familiealbum)
De vier slachtoffers (foto uit familiealbum)

Geallieerde vliegtuigen waren op weg naar het Duitse commandocentrum in het Hinthamerpark, dat was uitgerust met zwaar afweergeschut. De Typhoon van de Canadese vlieger F/O R.V. Smith werd aangeschoten en ging stuurloos naar de grond. Tijdens de gang naar beneden viel een bom uit het toestel en vernietigde Abeelenstraat 11. Door de drukgolf werden ook de twee naastgelegen panden Abeelenstraat 13 en 15 grotendeels verwoest. Op nummer 15 werden Andreas en zijn kinderen Betsie en Henk op slag gedood. Helma raakte bekneld in de puinhopen. Zij werd daar enkele uren later uit bevrijd en naar het ziekenhuis gebracht. Zij zou alsnog aan haar verwondingen bezwijken. Verdere slachtoffers vielen in de woning op nummer 13 (gezin Van Hirtum) en 11 (gezin Van Nisselrooij; en 4 evacués uit Berlicum). Tot en met nummer 3 raakten de huizen onbewoonbaar.

De verwoeste huizen Abeelenstraat 11, 13 en 15 (foto: Mej. Horsten. Bron: Erfgoed 's-Hertogenbosch, foto 0018028)
De verwoeste huizen Abeelenstraat 11, 13 en 15 (foto: Mej. Horsten; Erfgoed 's-Hertogenbosch, foto 0018028 (opent in een nieuw tabblad))

Het vierde kind van Van Galen, Riek, was al sinds 1942 bij familie in Sittard om daar zorg in het gezin van een tante te bieden. Haar oom trok voor zijn stoffenhandel per auto door het hele land. Zo nu en dan mocht Riek met hem meerijden om haar familie in ’s-Hertogenbosch te bezoeken. Zo was zij in augustus aanwezig bij het 25-jarig ambtsjubileum van vader Andreas.

Meteen na de ramp werden Riek en de familie bij wie ze inwoonde per telefoon ingelicht. De verbindingen over de weg tussen Sittard en ’s-Hertogenbosch waren geblokkeerd, zodat het tot na de jaarwisseling 1944/1945 duurde voordat Riek –uiteindelijk via België en Eindhoven- haar moeder als enige overlevende in ’s-Hertogenbosch kon bereiken.

De stoffelijke resten van de slachtoffers van 22 oktober werden provisorisch bijeengebracht in het plantsoen van de Abeelenstraat. Vandaar werden ze overgebracht naar het Groot Ziekengasthuis. Na hun identificatie in een later stadium werden de stoffelijke resten van Andreas en twee van zijn kinderen op 17 januari 1945 in de begraafplaats van Orthen bijgezet. Bijzetting van het derde kind (Helma) vond pas plaats in augustus 1946. Pas na het overlijden en de bijzetting van moeder Lamberdina op 1 april 1947 werd op het graf een steen gezet met daarop alle namen.

Inmiddels had op 21 november 1944 de melding van het overlijden op 22 oktober 1944 om 12 uur bij de gemeente plaatsgevonden. Lamberdina’s zus Martina heeft deze melding voor haar rekening genomen, Riek was immers nog altijd niet in ’s-Hertogenbosch teruggekeerd.

De overlijdensakten van de vier slachtoffers (bron: Erfgoed 's-Hertogenbosch)
De overlijdensakten van de vier slachtoffers (Klik voor een vergroting)
Het graf op Orthen (foto: Pieter van der Schoot)
Het graf op Orthen (foto: Pieter van der Schoot)

Zo lieten de laatste dagen van de oorlog in ’s-Hertogenbosch onvoorstelbaar verdriet bij dochter Riek en moeder Lamberdina na. Zij hadden geen woning meer en kwamen aanvankelijk te wonen in Pijnappelstraat 2 (vanaf 8 februari 1945; de straatnaam veranderde in 1977 in Van Grobbendoncklaan). Later verhuisden ze naar Graafseweg 176 – met aan de achterkant van het huis de doorgang naar de Abeelenstraat. Daar openbaarde zich al snel een aandoening bij Lamberdina waaraan zij minder dan twee jaar later zou overlijden. ‘Moeder wilde niet meer,’ zou Riek later zeggen en zij verzorgde haar tot haar dood op 27 maart 1947. Pas na de dood van moeder kwam er de rust en gelegenheid voor Riek om het familiegraf op Orthen te voorzien van een gedenksteen: een herinnering aan het oorlogsleed en de trieste jaren erna waarin moeder door ziekte werd geveld.

Na het overlijden van moeder bleef Riek alleen achter en begon met de opleiding tot kraamverzorgster. Zij trouwde in 1952 met Jacques Kitslaar (geb. 1919) - een slagerszoon die als slager-op-afroep zijn kost verdiende. Twee kinderen werden geboren in 1953 (20 maart, Diny) en 1957 (30 juli, André). Kort na de geboorte van Diny verhuisde het gezin naar de bovenwoning van de slagerij Kitslaar (Verwerstraat 86). Riek zorgde voor de vader van Jacques die daar toen nog woonde. Na zijn overlijden in 1955 konden zij in dat huis blijven wonen.

In 1963 werd Jacques ziek. Hij zou na een lange lijdensweg waaronder een verblijf in verpleeghuis Maria-oord in Rosmalen in 1965 overlijden. ‘Maar ik mocht niks vasthouden’ liet Riek uit haar mond optekenen op 17 oktober 2008 in het Brabants Dagblad ‘Het was mij niet gegund. In 1965 overleed mijn man. Toen was ik weer alleen, met twee kleine kinderen’. Twee jaar later kwam hun woning aan de Verwerstraat toe aan Jacques’ broer Wil, die de slagerij van vader had overgenomen. Riek verhuisde met de kinderen naar de Albert Verweystraat. Vandaar zou ze in 1973 verhuizen naar Verdistraat 66.

In de laatste jaren van haar leven kwam Riek in verzorging terecht: Riek is op 13 mei 2015 overleden.

Reacties

Reacties laden…

Gerelateerde verhalen

VerhaalOorlogsslachtoffers in 's-Hertogenbosch: Adriana van Heijnsbergen-van Helvoort, haar ouders en kinderenAdriana werd geboren op 6 maart 1905 en groeide op in Berlicum in het gezin van Ruthgerus van Helvoort en Johanna van den Boogaard. In het gezin waren verder nog een broer (Piet) en een zus (Nellie).VerhaalOorlogsslachtoffers in ’s-Hertogenbosch: Gerard de GraafGerard de Graaf (geb. 22-01-1929) was het zevende kind in het gezin van architect Hendrikus Martinus (roepnaam: Hein) de Graaf en Gerarda de Rijk. In 1944 volgde hij voor het tweede jaar onderwijs in de School voor Technisch Onderwijs aan het toenmalige Duhamelplein (nu: Kapelaan Koopmansplein). Het gezin woonde sinds 1933 in Seringenstraat 2. Gerard overleed op 22 oktober 1944 aan verwondingen door een granaatscherf toen hij rondliep op de rampplaats van de Abeelenstraat.VerhaalOorlogsslachtoffers in ’s-Hertogenbosch: Helena de BoerDit verhaal is in het voorjaar van 2021 opgetekend uit de mond van Lenie's zus Riek van Esch-de Boer.VerhaalOorlogsslachtoffers in ’s-Hertogenbosch: Wilhelmus Joannes SalfischbergerWilhelmus Salfischberger is in de oorlog een van de door de overheid bezoldigde vrijwilligers / medewerker van de Bossche Luchtbeschermings Dienst. Op 22 oktober 1944 wordt hij ‘opgetrommeld’ om te gaan helpen in de Abeelenstraat: daar hebben bommen uit een geëxplodeerde geallieerde bommenwerper dood en verderf gezaaid.VerhaalOorlogsslachtoffers in ’s-Hertogenbosch: schoenmaker Gerard van KempenGerardus Johannes (roepnaam Gerard) van Kempen werd op 30 mei 1913 in Kaatsheuvel (gemeente Loon op Zand) als tweede kind geboren in het gezin van schoenmaker Lambertus Johannes van Kempen en Maria Josephina Coret. Hun huwelijk was in ‘s-Hertogenbosch op 13 mei 1911. Het gezin verhuisde op 17 augustus 1914 naar Graafseweg 85 in ’s Hertogenbosch. Vader Lambertus overleed al vroeg op 49- jarige leeftijd op 26 juni 1924.VerhaalOorlogsslachtoffers in ’s-Hertogenbosch: Marietje van WamelMaria Henrica Gerarda (roepnaam Marietje) van Wamel werd op 4 januari 1940 geboren als het derde kind van Marinus (roepnaam Mari) van Wamel en Clara (roepnaam Claar) van Kempen. Het stel was op 15 juni 1936 in ’s-Hertogenbosch getrouwd. Na hun huwelijk kwamen ze na een korte periode op het Eikendonkplein te wonen op het adres Zuidoosterfront 46 in de Graafsebuurt.VerhaalOorlogsslachtoffers in ‘s-Hertogenbosch: Gerardus J.F. van BavelGerardus Jacobus Franciscus van Bavel werd op 28 augustus 1906 in Waalwijk geboren als eerste kind van Franciscus Gabriël van Bavel en Johanna Henrica Kuppens. Al meteen na 6 jaren lagere school begon zijn werkzame leven. In de tijd waarin dit verhaal speelt werkte hij bij de Zuid Nederlandse Drukkerij (ZND) aan de Sint Jorisstraat 37 in ’s-Hertogenbosch.VerhaalOorlogsslachtoffers in ’s-Hertogenbosch: Toos Verstappen-HesseToos Hesse werd op 15 december 1913 geboren in het gezin van Richard Hesse en Wilhelmina Fijnaut in ‘s-Hertogenbosch. Vader was schoenmaker en werkte bij Van Haren. Het gezin kwam in het begin van de jaren dertig in de toen nieuwe buurt ’t Vinkenkampke in de Graafsewijk wonen op het adres Abeelenstraat 7.VerhaalOorlogsslachtoffers in ’s-Hertogenbosch: Enrico MarcolinaEnrico Marcolina werd in 1922 geboren als het vijfde kind in het huwelijk van de Italiaan Vicenzo Marcolina en de Bossche Louisa van Amelsfoort. Op de laatste gevechtsdag van de bevrijdingsweek van ’s Hertogenbosch (22-27 oktober 1944) werd hij op 26 oktober in de nabijheid van de Wilhelminabrug door een Duitse sluipschutter doodgeschoten.VerhaalOorlogsslachtoffers in ’s-Hertogenbosch: Gerhardus JansenGerhardus Jansen werd geboren in 1923 als de oudste zoon in het gezin met uiteindelijk vijf kinderen van Willem Jansen en Joke Willems. Het gezin woonde in de oorlogsjaren aan de Graafseweg. Op 22 oktober 1944 zocht hij zijn makker Gerard Humblé op in de keet van de Luchtbeschermingsdienst op het plantsoen van de Abeelenstraat achter hun woning. De keet werd omstreeks 12.00u verwoest door een explosie van vliegtuigbommen in de Abeelenstraat. Gerhardus werd op slag gedood.VerhaalOorlogsslachtoffers in 's-Hertogenbosch: Wimpie TijinkWilhelmus Johannes Maria Tijink (koosnaam Wimpie) was het jongste van de vier kinderen in het gezin van Hendrik Tijink en Johanna Catharina Krom. Op zondag 22 oktober 1944 waren vader en de drie oudste kinderen tegen het middaguur even niet thuis. Geweldig lawaai van aanstormende bommenwerpers maakte moeder ongerust en zij dook met Wimpie onder de trap naar de bovenverdieping.VerhaalOorlogsslachtoffers in ’s-Hertogenbosch: herdenking Abeelenstraat rampOp 22 oktober 1944 werd boven Den Bosch een Typhoon bommenwerper vermoedelijk door luchtafweergeschut geraakt. Het toestel ging stuurloos naar de grond terwijl zijn bommen ‘zomaar’ werden geloosd. De Abeelenstraat-ramp was een feit. Ruim 75 jaar later werd in het plantsoentje een herinneringsplek ingericht.VerhaalOorlogsslachtoffers in ’s-Hertogenbosch: Piet van Nistelrooij, Dora de Laat en hun hele gezinOp zondag 22 oktober 1944 werd het geallieerde offensief ingezet dat ten doel had om ’s Hertogenbosch van de Duitse bezetters te bevrijden. Na een nacht van hevig artillerievuur op noordoostelijke hoek van de stad ging de eerste omvangrijke bombardementsvlucht omstreeks het middaguur met acht Typhoon-bommenwerpers gruwelijk mis.VerhaalOorlogsslachtoffers in ’s-Hertogenbosch: Kees KoningsteinCornelis Martinus (Kees) Koningstein en echtgenote Catharina Maria (Cato) Assmann (afbeelding 1) wonen tijdens de oorlog samen met hun zes kinderen (geboren tussen 1920 en 1932) op nummer 9 van de Lagelandstraat in ’s Hertogenbosch. Op het middaguur van 22 oktober 1944 staat Kees samen met vader Thijs en diens zoon Frans Assmann te praten in de buurt van wasserij Eureka aan de Graafseweg.VerhaalOorlogsslachtoffers in ’s-Hertogenbosch: het gezin van Henk en Stien van Hirtum uit de AbeelenstraatAbeelenstraat 13 is vanaf 1935 de woning van het kinderrijke gezin van boekdrukker Henricus Delmee en Pieternella de Louw. Als op 1 april 1937 de grotere hoekwoning op nummer 27 in die straat vrijkomt verhuist het gezin daarheen. Nummer 13 wordt dan de woning van Henricus Johannes (roepnaam Henk) van Hirtum en Christina Antonetta Maria (roepnaam Stien) Eijkemans met hun 4 kinderen.

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Oorlogsslachtoffers in 's-Hertogenbosch: Andreas van Galen en zijn gezin | BHIC