Abeelenstraat 13 is vanaf 1935 de woning van het kinderrijke gezin van boekdrukker Henricus Delmee en Pieternella de Louw. Als op 1 april 1937 de grotere hoekwoning op nummer 27 in die straat vrijkomt verhuist het gezin daarheen. Nummer 13 wordt dan de woning van Henricus Johannes (roepnaam Henk) van Hirtum en Christina Antonetta Maria (roepnaam Stien) Eijkemans met hun 4 kinderen.
Henk is confectiesnijder bij V&D. In de loop van de volgende vijf jaren zullen in deze woning nog vier kinderen geboren worden.

Henk, Stien en de kinderen hebben het goed in de buurt (met de naam ’t Vinkenkampke) waar veel kinderrijke gezinnen wonen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog doen zich in de buurt niet of nauwelijks bijzonderheden voor. Dat verandert meteen na mislukken van de operatie Market Garden in september 1944. ‘s‑Hertogenbosch wordt een brandpunt van belangstelling van de zijde van de bezetters én van de geallieerden. De bezetters nemen het voortouw en als onderdeel daarvan worden tal van Duitse militairen in de Abeelenstraat en omgeving ingekwartierd. Bij de nabijgelegen waterplas (‘IJzeren Vrouw’) wordt een militair kamp opgezet. In de buurt verschijnen meerdere Duitse artilleriestellingen. In het ongeveer 800 meter oostwaarts gelegen Hinthamerpark (‘Villapark’ in de volksmond) wordt het Duits hoofdkwartier van luitenant-generaal Friedrich Neumann ingericht.
De geallieerden ontwikkelen een plan om de bezetters bij verrassing te verdrijven door vernietiging van het Duitse hoofdkwartier met een luchtbombardement. Na een inleidende granatenregen in de nacht van 21 op 22 oktober 1944 stijgt op 22 oktober omstreeks 11.30u een squadron van 8 Typhoon bommenwerpers op van de vliegbasis Eindhoven om dat werk uit te voeren. De vliegeniers beschikken niet over voldoende nauwkeurige gegevens om hun doelen precies te kunnen bereiken. Eenmaal aangekomen in het doelgebied beneemt een lichte bewolking een helder zicht. Tot overmaat van ramp explodeert de derde bommenwerper van het squadron tijdens de duikvlucht naar beneden. De bommen van het squadron komen voornamelijk neer op burgerwoningen: de zwaarst getroffen huizen Abeelenstraat 11, 13 en 15 worden compleet verwoest. In woning nummer 13 komen Henk en drie van zijn kinderen (Gerry van 2 jaar, Hennie van 7 jaar, en Frans van 10 jaar) onmiddellijk om het leven. Moeder Stien is met haar dochter Ria en zoontje Christiaan op bezoek bij familie in de binnenstad. Dochter Alie van Hirtum is op dat moment bij Delmee in huis (Abeelenstraat 27). Zoon Henk en dochter Gonny zijn in de buurt van hun huis, raken zwaar gewond en worden naar het Groot Zieken Gasthuis overgebracht.
Als moeder Stien zich met haar kinderen huiswaarts spoedt wordt zij met de verschrikkelijke resultaten van het ‘vergisbombardement’ geconfronteerd. Aan het einde van de dag zoekt zij met haar twee niet-getroffen kinderen een plekje voor de nacht – dat zal waarschijnlijk bij het gezin van haar broer Frans zijn geweest aan de Zuid-Willemsvaart 96.
Op maandag 23 oktober schrijft Stien een briefje aan haar tante Allegonda Nette-Eijkemans in Tilburg: ‘Gistermiddag 12 uur heeft een vreselijke ramp ons gezin getroffen, een voltreffer heeft ons huis verwoest, het heeft veel slachtoffers geëist, het is een puinhoop, er is ook niets overgebleven. Hendrik, Frans, Hennie en Gerry zijn gedood. (...) Als je kunt schrijf mij dan nog een woordje terug laatste groeten van mij. ik kan niet meer verder, dag. (...) [1]
Op woensdag 25 oktober wil zij persé haar twee gewonde kinderen in het GZG zien en negeert daarbij samen met haar broer Frans het uitgaansverbod dat inmiddels door de bezetters is ingesteld. Als zij vanaf de Zuid Willemsvaart het Kardinaal van Rossumplein bereiken worden zij onder vuur genomen door een of meer Duitse sluipschutters. Frans wordt meteen gedood. Stien raakt zwaar gewond maar mag niet voor hulp benaderd worden. Zij zal een half uur later sterven.
Op 29 november 1944 wordt door aanspreker Van Keulen het overlijden gemeld bij de burgerlijke stand van Henk, Stien, Frans, Hennie en Gerry van Hirtum. Een van die kinderen (Hennie) wordt op 17 november op Orthen begraven. Hendrik, Frans en Gerry worden op 19 december 1944 begraven.


Op eerste Kerstdag 25 december 1944 wordt in de parochiekerk van Loven in Tilburg (de woonplaats van tante Allegonda) een kerkelijke herdenkingsdienst gehouden voor de omgekomenen van het gezin Van Hirtum. Wellicht is dat de bijeenkomst waarbij een bidprentje is uitgereikt.
Stien wordt pas op 4 juli 1946 begraven en bijgezet op de plaats waar ook Hendrik begraven is.
[Verhaal gaat verder onder de illustratie. Redactie]

Voor de vijf overlevende kinderen breekt een droevige tijd als weeskinderen aan. Zij zijn te jong om samen in een woning te worden ondergebracht: de oudste zoon Henk is pas 15 jaar. Ze komen terecht bij verschillende pleeggezinnen. Een allen omvattend plan voor hun toekomst ontbreekt. Stap voor stap raken zij uit elkaars omgeving (in ’s-Hertogenbosch, Limburg, Tilburg en Oss) en verliezen het onderlinge contact.
Zestig jaar na de bevrijding (oktober 2004) spoort een redacteur van het Brabants Dagblad het jongste van de overlevende kinderen op voor een interview in de krant. Het is voor het eerst dat het verhaal van het getroffen gezin in de openbaarheid komt onder de veelzeggende titel: ‘Bevrijding met een brede rouwrand’.

Abeelenstraat ramp
In oktober 2024 wordt uitgebreid stilgestaan bij 80 jaar vrijheid in de stad. Vlakbij de plaats waar de woning van het gezin Van Hirtum heeft gestaan is enkele jaren geleden een kleine gedenkplek ingericht ter herinnering aan de ramp die het gezin Van Hirtum en tientallen andere buurtbewoners een onverwerkbaar verdriet gebracht heeft. Als op die plek een herdenking wordt aangekondigd besluit Gonny van Hirtum om erheen te gaan. Als de verhalen verteld zijn en de grote groep belangstellenden stil wil luisteren neemt Gonny van Hirtum het woord. Zij leest een kort gedicht voor waarin het lijden van haar en haar mede-overlevende maar inmiddels allemaal overleden gezinsgenoten indringend wordt verwoord.
Noot
[1] Citaat uit Brabants Dagblad 23 oktober 2004: Bevrijding met een rouwrand, door T. v.d. Brand














